Pianola’s

shapeimage_1

In het museum staan tal van piano’s die vanzelf kunnen spelen.
Pianola’s, reproduktiepiano’s en alles wat daarmee te  maken heeft.

De Pianola

Rond 1900 doet de pianola zijn intrede. Aanvankelijk als apart voorzetapparaat, korte tijd later ingebouwd in pianos of vleugels. Het pneumatisch werkende apparaat maakt het mogelijk de piano (ook) vanzelf te laten spelen. De muziek is vastgelegd in rollen van papier met het muziekpatroon in de vorm van gaatjes daarin geponst.
De met de handen en voeten bediende controle-mechanismen maken het mogelijk de expressie te beheersen, zodat een muzikale uitvoering mogelijk is

De Reproduktiepiano

Bij de volautomatische vorm van de pianola, de reproduktiepiano, wordt de uitvoering van de pianist, die de opname maakte, geheel automatisch nagespeeld. Bij rollen voor de reproduktiepiano waren de ‘masterrollen’ zorgvuldig gemaakte opnamen van het spel van een pianist. Hiervoor hadden de fabrikanten speciale opname-apparaten geconstrueerd die verbonden waren met de piano of vleugel waarop werd gespeeld. De pianola had wereldwijd een groot succes, vooral als bron van muziek in huis. Tot het verval van de industrie in de crisistijd van de dertiger jaren van de 20e eeuw moeten naar schatting in totaal zo’n 2 miljoen exemplaren van beide typen instrumenten zijn gebouwd. Het gezamenlijke repertoire van de vele verschillende fabrikaten en typen behelst vele tienduizenden titels, vaak in tal van verschillende uitvoeringen.

Pianola en grammofoon

Velen beschouwen de pianola als een voorloper van de grammofoon. De ontwikkeling van de pianola en de grammofoon loopt echter vrijwel parallel tot ca. 1930. Het tijdperk van de akoestische grammofoon en dat van de pianola overlappen elkaar bijna helemaal. Beide komen in het laatste decennium van de 19e eeuw tot ontwikkeling. Rond 1900 vinden we beide in de muziekwinkel te koop, en wordt er druk mee geadverteerd.
De komst van de elektrische grammofoonopnamen en de elektrische versterking van de weergave ervan (na 1925) luiden het einde in van het pianolatijdperk. De radio die dan ook zijn intrede heeft gedaan brengt dan, evenals de grammofoon met veel meer gemak en vele malen voordeliger muziek in huis. Dit laatste argument wordt in de daaropvolgende crisistijd doorslaggevend. Pianolafabrikanten kunnen hun dure produkten dan niet meer kwijt, en het doek valt voor de hele bedrijfstak.