Museum Geelvinck Hinlopen Huis verwerft een bijzondere tafelpiano

Museum Geelvinck Hinlopen Huis beheert een fraaie collectie tafelpiano´s. Onlangs kwam het museum in het bezit van een Broadwood tafelpiano uit 1829. Maar we deden ook nog een ontdekking!

Onlangs kwam het museum in het bezit van een Broadwood tafelpiano uit 1829, gedoneerd door een gever die anoniem wenst te blijven. Het is een zgn. “elegant model” met ronde hoeken en zes octaven en, heel modern voor 1829, voorzien van een stalen aanhangplaat voor de snaren; één van de eersten met deze voorziening. Hoewel het instrument op het moment van schenking in een uitstekende staat verkeerde, waren toch enige restauraties noodzakelijk om het zodanig speelbaar te maken dat er regelmatig op gemusiceerd kan worden.

Een leuke ontdekking

De conservator tafelpiano’s van het museum, Dr. Olaf S. van Hees heeft zich van deze taak gekweten en kwam tijdens de restauratie tot een leuke ontdekking, die het instrument van een doorsnee tafelpiano ineens tot iets bijzonders maakt.

Bij het uitnemen van het bovenste deel van het klavier, de zgn. “extra box” (dat is een apart frame voor het hoogste octaaf), en het verwijderen van de toetsen, kwam een potlood-aantekening op het frame te voorschijn met het serienummer en de naam HIPKINS. Dit maakt deze Broadwood tot een belangrijk en historisch instrument. Wie was deze Hipkins?

Alfred James Hipkins begon in 1840 als leerling-pianomaker bij Broadwood en werd in 1849 senior man. Vanaf 1860 was hij de belangrijkste man naast de toenmalige eigenaar, John Fowler Broadwood. Hij overleed in 1905.

Wat Hipkins zo belangrijk maakt zijn een aantal zaken. Hij introduceerde de gelijkzwevende stemming als standaard-stemming voor piano’s en hij modificeerde de stempennen zodanig dat deze beter toon hielden.

Maar zijn belangrijkste bijdrage aan de muziek is het feit dat hij weer de barokmuziek, en met name Bach weer introduceerde (na de Bach-revival door Mendelssohn weer weggezakt). Als zodanig was hij de eerste die weer de Goldberg-variaties speelde, op een dubbelmanuaals clavecymbel in 1896.

Bovendien herintroduceerde hij weer het clavichord en begon hij als eerste weer clavecymbels op oude wijze te bouwen. Als zodanig was hij de voorganger van de beroemde Arnold Dolmetsch. Men kan rustig zeggen dat met Alfred James Hipkins de revival van de oude muziek praktijk is begonnen en dat zonder hem, wij waarschijnlijk pas veel later de tafelpiano en de oude fortepiano hadden herontdekt.

Met dit instrument is de Geelvinck Collectie dus in het bezit gekomen van een historisch en belangrijk instrument.

Levend verleden

De filosofie van het museum achter de collectie tafelpiano’s is dat het “levend verleden” moet zijn en dat deze tafelpiano’s bespeeld moeten worden. Naast concerten in eigen huis (de Geelvinck Salon!) zullen instrumenten in bruikleen worden gegeven aan andere musea. Het is de bedoeling dat dit instrument in bruikleen wordt gegeven aan een student fortepiano (die zelf geen middelen heeft een fortepiano aan te schaffen) van de Afdeling Oude Muziek van het Koninklijk Conservatorium te ‘s-Gravenhage.

Het Museum Geelvinck Hinlopen Huis wil eigenaren van tafelpiano’s, die deze instrumenten niet meer gebruiken en in huis staan te verkommeren, aanmoedigen deze instrumenten met dit doel te doneren. In het kader van de nieuwe Geefwet is dit een aantrekkelijker optie dan trachten het instrument te verkopen. De conservator tafelpiano’s kan hier meer informatie over geven (Dr. O.S. van Hees, 06 54757052, 070 3452510, olafvanhees@geelvinck.nl ).