Bechstein vleugel in Geelvinck

Deel dit bericht:

Vorige week (zie boven) maakten wij melding van de schenking van een Broadwood vleugel; deze week zijn wij verblijd met een heuse Bechstein concertvleugel, ca. 1900, ons in bruikleen gegeven door Rolf Knap, initiatiefnemer tot de oprichting van de Vereniging Het Skrjabin Genootschap, in het Europees Jaar van de Muziek (1985) en oprichter van het Europees Skrjabin Genootschap (2013, het Nederland-Rusland Jaar), dat sindsdien zijn zetel in Geelvinck heeft. Skrjabin speelde zelf bij voorkeur op een Bechstein vleugel. In zijn huis, nu het Skrjabin Museum in Moskou, is nog altijd zijn Bechstein te zien (foto).

 

Carl Bechstein:

Carl Bechstein (1826 – 1900) was de stichter van de Fa. Bechstein pianobouw in 1853 in Berlijn. Carl had zijn opleiding genoten bij pianobouwers in Frankrijk en Engeland. Om tegemoet te komen aan de wensen van virtuose pianisten als Franz Liszt en diens schoonzoon Hans von Bülow, zette Carl Bechstein een nieuwe trend in van de pianobouw: robuuster en voorzien van gekruiste snaren. Hiermee zette ook de moderne pianobouw in, waarmee hij afstand nam van de rechtgesnaarde pianofortes, zoals die tot dan toe gebruikelijk waren.

In 1857 gaf Hans von Bülow in Berlijn een eerste openbaar recital met de Pianosonata in B klein, die Franz Liszt speciaal voor de Bechstein geschreven had. Bechstein’s roem kon niet meer stuk.

Vanaf dat moment neemt de populariteit van Bechstein een hoge vlucht. In de grote concertzalen in Europa worden Bechsteins geplaatst, evenals in vele particuliere grote huizen. Rond 1870 zijn er drie grote pianobouwers: Bechstein, Blüthner en Steinway & Sons.

Bechstein Europees hofleverancier

Carl opent showrooms in Londen, Parijs en St. Petersburg. In 1885 wordt een Bechstein op Buckingham Place afgeleverd en bestelt Koningin Victoria er nog een voor Windsor Palace.

Bechstein wordt tot officiele pianobouwer voor de Russische Tsar benoemd en dan volgen meerdere Europese koningshuizen, inclusief de Nederlandse, gevolgd door de Europese aristocratie. Een lijst van koninklijke klanten verwerkt Carl in het Bechstein beeldmerk, aangebracht onder de snaren, midden op de klankbodem. Tussen 1900 en 1914 is Bechstein marktleider in de wereld, met 5000 instrumenten per jaar.

Ook de Russische componist Alexander N. Skrjabin (1872 – 1915) schaft een Bechstein aan uit 1912. Het instrument is op foto’s uit die tijd te zien en staat nog altijd in zijn woonhuis, nu het Skrjabin Memorial Museum in Moskou. Ons museum heeft een binding met dit museum en afgelopen voorjaar trat naar aanleiding daarvan het Hexagon Ensemble op het nieuwe podium van het Skrjabin Memorial Museum op.

Skrjabin pianoserie in de Geelvinck Salon

In samenwerking met het Europees Skrjabin Genootschap vinden drie maal per jaar pianorecitals plaats in de Geelvinck Salo;  in januari ter nagedachtenis aan Skrjabin’s geboortedag op 6 januari 1872  en in april  rond zijn sterfdag  (14 april 1915) en tevens in oktober, rond de sterfdag van Chopin op 17 oktober 1849, om het Chopineske karakter van Skrjabin’s werk uit te lichten.

In 2014 treedt de pianiste Yanna Penson op met een Skrjabin – Chopin programma in de Geelvinck Salon van zondag 19 oktober. Het is een prachtige gelegenheid dat de Bechsteinvleugel van Rolf Knap haar dan ter beschikking staat.