Hendrick de Keyser 100 Jaar: Prinses Marilène opent Huis Bartolotti, 20 juni 2018

Deel dit bericht:

Hendrick de Keyser, opgericht in 1918, bestaat 100 jaar en vierde op 20 juni 2018 dit jubileum met de feestelijke opening van het gerestaureerde Huis Bartolotti  aan de Herengracht 170. Prinses Marilène verrichtte de openingshandeling door in de tuin drie raamgrote foto’s te onthullen van de drie gerestaureerde stijlkamers. Via ons museum staat In de Grote Zaal nu een virginaal,

Vereniging Hendrick de Keyser:
Vereniging Hendrick de Keyser is een landelijk werkende organisatie die zich inzet voor het behoud van historische architectuur. Tijdens het jaarlijkse BankGiro Loterij Goed Geld Gala in februari 2017 kreeg Hendrick de Keyser 975.000 euro om de Museumhuizen te realiseren.

Ervaren
Het verschil met de bestaande museumwoningen of stijlkamers her en der in het land is dat je het Museumhuis kan ervaren. “Je mag dingen aanraken, op een stoel gaan zitten of een kastje opentrekken”, zegt een woordvoerster van Hendrick de Keyser. “Uiteindelijk kun je in een netwerk van 35 bijzondere huizen, verspreid over Nederland, 400 jaar woongeschiedenis zien.”

Behoud gebouwen

Vereniging Hendrick de Keyser zet zich sinds 1918 in voor het behoud van architectonisch of historisch waardevolle gebouwen en hun interieur. De vereniging verwerft panden, restaureert ze en verhuurt ze vervolgens. Op die manier is een collectie opgebouwd van 419 woonhuizen, boerderijen, buitenplaatsen, villa’s en raadhuizen, verspreid over 107 plaatsen in heel Nederland. Volgend jaar (2018) viert de vereniging, genoemd naar de Amsterdamse bouwmeester Hendrick de Keyser (1565-1621), met tal van activiteiten haar eeuwfeest. (Bron persbericht HdK 2017)

 

 

HdK Museumhuizen
Het project Museumhuizen van Hendrick de Keyser, mede mogelijk gemaakt door de Bankgiro Loterij, is bedoeld om een aantal van de monumentale huizen van HdK een museale functie te geven. In deze huizen, kun je als bezoeker een gevoel krijgen hoe er in vorige eeuwen in deze huizen weg gewoond en gewerkt. Elk van deze huizen heeft een heel eigen karakter en uitstraling. Onder het motto ‘Beleef 500 jaar wonen in Nederland’, is een begin gemaakt met dit project door de restauratie en openstelling (of toekomstige) van Villa Rams Woerthe in Steenwijk, de Fundatie van Renswoude in Delft, het Raadhuis in Monnickendam, het Gemeenlandshuis in Amsterdam en in Maassluis, Huis Bonck in Hoorn en Huis Bartolotti in Amsterdam.

Huis Bartolotti en Gustav Leonhardt
Huis Bartolotti is gebouwd in 1620 in opdracht van de walvisreder Jan Tarelink en was toen al een van de grootste en opmerkelijkste koopmanshuizen, met een opvallend en rijk versierde voorgevel. Een deel van het achterhuis is lang bewoond geweest door de vermaarde klavecinist Gustav Leonhardt (1928-2012). In de grote zaal, met fraaie rococo interieurelementen en een beschilderd plafond door Jacob de Wit, geliefde ontmoetingsplaats van tal van musici van wereldfaam, hebben jarenlang Gustav Leonardts’ klavecimbels gestaan. Om die herinnering levend te houden en het muziekverleden van deze ruimte recht te doen, staat er nu, met hulp van Geelvinck Muziek Musea, een virginaal (coll. van Hees), dat ook met regelmaat bespeeld zal worden. Klaveciniste Yana Borisova zal op 22 juni het vriginaal met een concert inwijden (besloten bijeenkomst).

Virginaal (Collectie Van Hees).
Kopie naar Da Perticci (Florence, Italië, tweede helft 17eeeuw), gebaseerd op het standaard model polygonale Italiaanse virginaal in de periode 1650-1672. Dit basismodel van het Italiaanse virginaal bestond tussen ca. 1450 en 1700, en is eigenlijk niet gewijzigd. Hooguit is het klavier iets uitgebreid. Deze copie is in de 60-er jaren van de 20eeeuw gebouwd door John Morley te London, en gerestaureerd door Olaf van Hees Pianoforte Restauratie in 2010. Bij deze restauratie is tevens de met Chinoiserie versierde buitenkast gemaakt en is het instrument van een passend onderstel voorzien (naar het Couchet virginaal 1650 te Antwerpen).

Italiaanse klavecimbels en virginalen waren meestal van een eenvoudige kast voorzien, die vervolgens in een fraai gedecoreerde sierkast werden gelegd. Dat is met dit virginaal ook het geval, hetgeen een “true inner-outer” werd genoemd. Later werden deze instrument zo gebouwd dat het leek alsof ze in een gedecoreerde buitenkast waren gelegd, maar in werkelijkheid was het slechts één kast.

 

Zowel virginaal als klavecimbel werken met hetzelfde tokkel mechaniek. Door zijn kleinere omvang is het virginaal meer geschikt voor de meer intieme muziek en omdat de snaren meer naar het midden van de snaar worden aangetokkeld, ontstaat een subtiele en meer ronde toon. Het geluid leent zich bijzonder goed voor luitmuziek en meer beschouwende muziek. Het is beslist niet zo dat het virginaal door zijn kleine omvang makkelijker bespeelbaar is, integendeel ! Het toucher luistert bijzonder nauw en men moet zich dwingen het in de smaakvolle beperking van de klank te zoeken. De virginalisten zijn een aparte wereld en meer verwant aan de luitspelers dan aan de klavecinisten; het is “de micro-kosmos onder vier vingertoppen”.

De naam virginaal heeft niets met maagden te maken. Dit is een hardnekkige mythe, niet in het minst aangewakkerd door het feit dat Elisabeth I, “The Virgin Queen”, een fervent bespeelster van het virginaal was. Het Latijnse woord voor maagd is “Virgo”. De naam virginaal is echter afgeleid van “Virga”, hetgeen stokje betekent en duidt op het tokkelmechaniek van dit instrument, dat aanslaat d.m.v. verticale stokjes. In dit opzicht is het Franse woord “Epinette” verhelderend, ook wel “Spinet” genoemd. Het betreft hetzelfde instrument, en het Franse woord betekent eveneens “stokje”.

auteur: Dr. O.S. van Hees