Museum Geelvinck geeft presentatie op wereldkoepel muziekinstrumentenmusea ICOM-CIMCIM

Deel dit bericht:

Museum Geelvinck is institutioneel lid van ICOM en als zodanig ook van enige organisaties, die onder deze paraplu vallen, onder meer DemHist (historische huizen), ICLCM (musea over schrijvers, componisten, kunstenaars e.d.) en CIMCIM. ICOM-CIMCIM is de wereldkoepel van muziek- en muziekinstrumentenmusea.

CIMCIM in Kyoto

De afgelopen jaren hebben wij voor CIMCIM verschillende malen presentaties over verschillende thema’s gehouden. Op 3 september gaf Jurn Buisman in Kyoto een samenvatting van de door het Mondriaanfonds en Stichting Nederlands Muziek Museum gesteunde inventarisatie van kleine musea met collecties ‘semi-mobiele’ muziekinstrumenten (piano’s, harmoniums, pianola’s, huisorgels e.d.), maar ook de problemen die deze musea delen en een geschetst toekomstbeeld hiervoor.

Small Musical Instrument Museums in the Netherlands – Collaboration, a must for future survival’

Onder de titel ‘Small Musical Instrument Museums in the Netherlands – Collaboration, a must for future survival’ gaf Jurn Buisman de resultaten weer van het onderzoek dat hij samen met Tonko Grever (oud-directeur Museum Van Loon en huidig kwartiermaker van het nieuwe Luther Museum) in de afgelopen maanden heeft uitvoert onder vergelijkbare musea als Museum Geelvinck.

Het gaat om kleine muziekinstrumentenmusea, die geheel of in belangrijke mate gericht zijn op westerse ‘semi-mobiele’ muziekinstrumenten uit de klassieke periode. Onder ‘semi-mobiele’ muziekinstrumenten wordt verstaan muziekinstrumenten die normaliter niet met musici meereizen, maar bij voorkeur op locatie blijven staan. Voorbeelden zijn piano’s, harmoniums, pianola’s, huisorgels en dergelijke. Kenmerkend is, dat deze instrumenten veelal complexe mechanieken betreffen, die onderhoud door gespecialiseerde technici vergen. Ook nemen deze instrumenten relatief veel (depot)ruimte in.

De conclusies van het onderzoek zijn verontrustend, omdat de kleine musea met dit soort collecties, die vrij kostbaar in onderhoud zijn, tussen de wal en het schip dreigen te vallen. Met het wegvallen van deze musea dreigt eveneens de ambachtelijke kennis over deze instrumenten te verdwijnen. Daarmee zou een belangrijk onderdeel van ons levend muzikaal erfgoed verdwijnen. Het onderzoek luidt de noodklok. De rapportage van het onderzoek zal naar verwacht in de loop van oktober worden gepubliceerd.

De sessie werd gemodereerd door dr. Giovanni di Stefano, conservator muziekinstrumenten van het Rijksmuseum. Na afloop kregen wij diverse persoonlijke reacties, onder meer van het Glinka Museum (Moskou; het museum met wereldwijd de meest omvangrijke collectie muziekinstrumenten), dat het voortbestaan van ons museum warme steun toezegde. Margaret Birley, conservator muziekinstrumenten van het Horniman Museum (Londen), deed de suggestie om voor ‘semi-mobiele’ instrumenten een werkgroep in het leven te roepen.