November 1813: van Dag tot Dag

Deel dit bericht:
In de Amsterdamse sociëteit Doctrina et Amicitiae aan het Rokin zit een groep gegoede burgers bijeen en bespreekt de onzekere situatie in de stad. Het volk roept om Oranje, maar het stadsbestuur neemt geen beslissing. Een Kozaks regiment van 300 man staat voor de Muiderpoort en marcheert kort daarop door de Leidsestraat. Generaal Krayenhoff krijgt de militaire leiding en laat weten dat er wel 6000 Kozakken de stad binnen trekken! Adieu les Francais!!
 

Maandag 15 november

De Franse troepen hebben vannacht onverwachts de stad verlaten. De ca 1600 militairen zijn onder leiding van generaal Molitor naar Utrecht vertrokken. Op de Botermark (het huidige Rembrandtplein) houdt de Nationale Garde nu de wacht. Enkele officieren komen ’s middag bij elkaar en spreken af dat ze een dag of vier zullen wachten. Daarna gaan ze een voorlopig stadsbestuur aanstellen en zich ontdoen van de driekleurige kokarde en de adelaar, het symbool van het Franse Keizerrijk.

’s Avonds is het onrustig in de stad. Om een uur of zes begint oud- marine officier Job May (1765-1827) met zijn mannen de gehate douanehuisjes in brand te steken. De Nationale Garde komt onder de wapens, maar het kost hen grote moeite de Oranjegezinde menigte tegen te houden. Tegen middernacht is het gedrang zo sterk, dat de garde een charge met de blanke sabel moet uitvoeren. De menigte is niet aan het plunderen maar wil het symbool van het keizerrijk, de houten adelaar op de poort van het marine-etablissement op Kattenburg neerhalen. Het beeld wordt in stukken geslagen en onder luid gejuich in brand gestoken. Een zware regenbui maakt een eind aan de oploop.

Dinsdag 16 november

Vannacht zijn de Franse autoriteiten gevlucht. De prefect heeft de commandant van de nationale garde met nadruk belast met de zorg voor orde en rust. Er wordt door de officieren overleg gepleegd op het Prinsenhof, dat sinds koning Lodewijk Napoleon dienst doet als Stadhuis. Daar worden ze door de plaatsvervangend burgemeester, een Nederlander, ontvangen. Het blijkt dat hij al maatregelen heeft getroffen.

Een proclamatie, waarin de bevolking tot rust wordt gemaand en waarin een nieuw bestuur wordt aangekondigd, is al gedrukt. Maar dat is niet voldoende. De burgemeester concludeert: ‘Moet ik begrijpen dat de Heren van de Nationale Garde mijn autoriteit niet meer erkennen?’ Het antwoord is bevestigend. De burgemeester verlaat het stadhuis en er kan een nieuw bestuur gevormd worden.

Anton Falck benadert 24 aanzienlijke Amsterdammers, zowel oud- patriotten als Orangisten. Ze worden uitgenodigd om om 4 uur op het stadhuis te verschijnen, en er wordt een voorlopig bestuur van 17 personen van alle gezindten gevormd.

Bovenal moet de rust in de stad hersteld worden. De toekomstige bestuurders verdelen zich over de stad. Geëscorteerd door een detachement van de Nationale Garde lopen ze door Amsterdam. Bodes met fakkels lopen voorop, telkens roepend: ‘Stilte, mannen, ruimte voor de nieuwe regering!’ Het gemor onder de omstanders verstomt bij het zien van oranje linten op de borst van zoveel welgeklede mensen.

Op de oude Turfmark gaat het er heftig aan toe. Hier is het gebouw van de centrale kas en er woonden vele Fransen. Van hun inboedel worden vuurtjes gestookt. De omstanders verhinderen de brandweer te blussen. Er verschijnt echter een delegatie van het nieuwe bestuur, en ook hierheeft dat onmiddellijk effect. De menigte verspreidt zich.

De Amsterdamsche Courant verschijnt weer zonder de keizerlijke emblemen en alleen in het Nederlands.

Woensdag 17 november

’s Ochtends zijn er weer rellen. Na de middagparade komen de officieren daarom weer bij elkaar op de Botermarkt. Ze spreken af om bij volgende ordeverstoringen harder op te treden. Tijdens de actie zien ze plotseling een Frans mannetje, half in uniform, half civiel gekleed, die schichtig naar de hoofdwacht sluipt. Het blijkt de gevreesde garnizoenscommandant te zijn, die in de stad is achtergebleven. Zijn huis op de Oude Turfmark is gisteren geplunderd. Hij wil een vrijgeleide naar de trekschuit naar Utrecht. Ze vragen hem aan de Franse opperbevelhebber Generaal Molitor te melden dat de Nationale Garde er alles aan doet om de orde in de stad te handhaven.

’s Middags gaan de manschappen naar de Muiderpoort waar ze munitie krijgen uitgereikt die de Fransen hebben achtergelaten. Tijdens het uitdelen wordt Anton Falck dringend naar het stadhuis geroepen. Er zijn schepen op het IJ gesignaleerd. Kan het een uitval van de Fransen zijn vanuit Naarden? Het blijkt echter te gaan om Franse beambten met vrouwen en kinderen uit het noorden van het land die op de vlucht zijn. Ze krijgen een paspoort voor Gouda en Antwerpen.

Donderdag 18 november

Molitor eist van het Amsterdamse stadsbestuur dat het gehoorzaamt aan de keizer, ander wordt de stad in staat van rebellie verklaard. Het antwoord op dit bevel is dat Amsterdam er alles aan heeft gedaan om de orde te bewaren en de derde stad van het Keizerrijk te beschermen.

Vrijdag 19 november

De opzienbarende berichten uit Den Haag zijn nu ook in Amsterdam bekend. Het stadsbestuur schrikt van de inhoud: Oranje boven, Holland is vrij. De bestuurders van Amsterdam willen nog geen kleur bekennen. De oproep om een bijeenkomst te organiseren van oud-regenten omdat er anders regeringsloosheid voor de deur staat, strookt ook niet met hun opvattingen. Bevelhebber van de Nationale Garde Van Brienen krijgt de opdracht met verdubbelde ijver te waken voor rust in de stad. Het stadsbestuur in Amsterdam maakt zich zorgen over de houding van het Franse leger in Utrecht. Wat voor bericht moeten ze naar generaal Molitor sturen? Uiteindelijk schrijft Falck hem wat er is gebeurt op de Kattenburgerbrug. Het wegzenden van de waarnemend burgermeester wordt gebagatelliseerd.

Zaterdag 20 november

Van Brienen, een oudere man, is slecht bestand tegen de vermoeienissen van de afgelopen dagen. Anton Falck neemt steeds meer taken van hem over. Uit Utrecht komt bericht van Molitor. Hij draagt Van Brienen op om het gezag van de keizer te herstellen. Hij is binnenkort in staat om met een leger van 4000 man militair op te treden tegen het ongehoorzame Amsterdam. De bevolking is onrustig en wil dat de stadsregering de Oranjevlag van de toren van het paleis laat wapperen. Maar het paleis wordt nog altijd bewaakt door een 72 man sterke paleiswacht, bestaande uit oud veteranen van koning Lodewijk Napoleon. Als deze agressief worden kunnen ze gaan schieten op de Dam. Tijdens de vergadering van het stadsbestuur wordt besloten om strikte onpartijdigheid te handhaven, en alleen bezig te zijn met het bewaren van de rust. Van Brienen krijgt de opdracht geen enkele tegenstand te bieden als er vreemde troepen binnentrekken.

Zondag 21 november

Van Brienen heeft om één uur een parade van de Nationale Garde georganiseerd. Er komen twee medestanders van Van Hogendorp uit Den Haag. Zij moeten in Amsterdam proberen het stadsbestuur over te halen. Maar Amsterdam heeft nog steeds niet de Oranjevlag uitgestoken en is nog steeds in onderhandeling met generaal Molitor. Falck legt aan de heren uit Den Haag uit dat er nog geen berichten zijn over de nadering van de geallieerde troepen. Het stadsbestuur durft daarom geen stappen te zetten, omdat er dan mogelijk Franse represailles komen.

De gegoede burgers zijn blij met het voorzichtig optreden van het tijdelijke stadsbestuur. Slechts een deel van de officieren van de Nationale Garde is te vinden voor een radicale koers. De enigen die ook willen kiezen voor een meer radicale koers zijn de leden van de sociëteit Doctrina et Amicitia. Anton Falck is daar ook lid van. Zij vinden dat Nederland een constitutionele monarchie onder Oranje moet worden.

Uit Den Haag komt later ook Elias van der Hoeven. Hij meldt dat Van Hogendorp het ‘Algemeen bestuur der Vereenigde Nederlanden’ heeft uitgeroepen. Hij heeft de opdracht om namens Van Hogendorp contact te zoeken met de Russen.

Maandag 22 november

Anton Falck wordt benoemd tot secretaris van het algemeen bestuur. Van Hogendorp heeft de afzwering getekend waarin staat dat alle Nederlanders worden ontslagen van hun gehoorzaamheid aan Napoleon. Alle overheidsdienaren krijgen de opdracht hun werkzaamheden voort te zetten. Er ontstaat weerstand tegen de tweeslachtige houding van het gemeentebestuur van Amsterdam. Er worden gesprekken gevoerd met leden van Doctrina et Amicitia. Hieruit blijkt dat men desnoods met geweld het stadsbestuur wil dwingen om zich aan te sluiten bij de Haagse revolutie. Er moeten maatregelen genomen worden om de stad tegen een mogelijke aanval van de Fransen te verdedigen.

Er doen berichten de ronde dat er die nacht een detachement vreemdelingen voor Amsterdam is aangekomen Het gaat om een tiental Pruisen die uit het Franse leger zijn gedeserteerd.

Dinsdag 23 november

Falck vertrekt naar Den Haag. Op de Botermarkt rijdt iemand in een koets waarvan de portieren versierd zijn met oranje vanen. Hij komt uit Den Haag en heeft van Van Hogendorp de opdracht gekregen om een bericht voor te lezen dat de burgerij oproept om energieke maatregen te nemen. In naam van Oranje wil hij het volk op de been brengen tegen de neutraliteitspolitiek van het stadsbestuur. Dat lukt, en er ontstaat onrust onder het volk. Hij wordt echter door van Brienen gearresteerd. De leden van Doctrina et Amicitia en hun medestanders willen nú verandering. Voor de militaire leiding hebben ze generaal Krayenhoff benaderd. Deze heeft tijdens de regering van koning Lodewijk al plannen gemaakt om Amsterdam tegen de Fransen te verdedigen. Omdat hij niet langer gehoorzaam is aan Napoleon, staat hij op non-actief.

Van Brienen verklaart tijdens de avondzitting van de raad dat er niet langer weerstand geboden kan worden aan de roep van het volk. Zebesluiten generaal Krayenhoff om informatie te vragen. Hij krijgt de opdracht om contact op te nemen met de Russische troepen in Harderwijk.

Woensdag 24 november

Nadat hij berichten heeft gehoord over de situatie in Amsterdam, keert Falck zo snel mogelijk terug met de nachtschuit. Hij zoekt contact met zijn vrienden van Doctrina et Amicitia en hoort daar wat de plannen zijn: Partij kiezen en krachtig optreden. Falck roept zijn compagnie op naar het Koningsplein te gaan. Op weg van zijn huis op de Leidsegracht naar het Bushuis op het Singel ziet hij tot zijn stomme verbazing een groep Kozakken in de Leidsestraat. Een voorhoede van de Kozakken onder generaal Benckendorff is vanochtend voor de Muiderpoort verschenen. Van Brienen zorgt ervoor dat de commandant met enkele manschappen via de Leidsestraat hun intocht maken.

‘Nu was de zaak gezond en werd klaar dat de afkondiging van het Nederlandsch gezag van Oranje zou kunnen geschieden zonder jegens den Raad eenige onaangename middelen van overreding te bezigen.’

De paleiswacht van veteranen geeft zich over. Nu kan de vlag op het paleis worden uitgestoken, een driekleur met een grote oranje strik. De compagnie van Falck begeleidt de Kozakken naar de Dam.

29 november:

250 Britten landen in Ter Heide, snel gevolgd door nog meer Britse mariniers op andere plaatsen langs de kust in Zuidholland.

30 november:

Op die dinsdag komt tegen vier uur erfprins Willem Frederik, na een tocht van vier dagen met ongunstige wind op de Noordzee aan op het strand van Scheveningen, dezelfde plek waar hij hij op de vlucht naar Londen het land verliet. Op weg naar Den Haag ontmoet op de Scheveningse weg hij de koetsen van de notabelen die hem tegemoet reden. Een menigte omstuwde het rijtuig van de prins . Slechts met moeite en door de begeleidende Britse mariniers afgeschermd, kon de prins zijn tocht voortzetten. Het was bijna donker toen hij het Lange Voorhout bereikte.

In Den Haag wordt de komst van de prins aangekondigd. Of dit genoeg was om het volk op straat te brengen wist niemand. Gratis drank was dan een beproefd middel Een bewoner uit den Haag schrijft ‘Het volk in het algemeen de geheugenis aan bijzondere vorsten- grotendeels is verloren gegaan, zoo bestond ook bij een groote menigte in Holland – ik spreek niet van de meer beschaafde klassen – weinig bekendheid met de tegenwoordige leden van het Oranje huis. Men wist dat de oude prins vóór ettelijke jaren overleden was.’

Elias Canneman ging op verzoek van Hogendorp naar Amsterdam. Hij zond een renbode met de volgende tekst vooruit Geluk mijne heeren! Zijne Hoogheid, Neerlands Vorst is aan wal. Ik kom heden avond te Amsterdam; prepareer terstond muziek en flambouwen; ik stap daar af op het paleis

Willem liet een proclamatie uitgaan die in in Londen was geschreven en gedrukt. De aanhef hiervan luidt ‘Waarde Landdgenooten11 Na eene scheiding van negentien jaaren en naa zoo veele rampen, heb Ik het onuitspreeklyke genoegen dat Ik door Uzelve eenstemmig in Uw midden worde teruggeroepen. Ziet my hier aangekomen en gereed om onder Goddelyke Bystand, U in het genot van Uw voorige Onafhaglykheid en Welvaart te te helpen herstellen.

I december

Russisch geregelde troepen – en dat was wat anders dan kozakken! Amsterdam binnen trokken Daar voor hadden ze al weken gekampeerd in het Gooi. De Russische gezant in Berlijn heeft een verslag van deze intocht.

 

Bovenstaande informatie is gebaseerd op het boek Van Republiek tot Koninkrijk, de vormende jaren van Anton Reinhard Falck door D.van der Horst.