Het stadspaleis

Blauw-w-kl undefined
Deel dit bericht:

Museum Geelvinck heeft een beletage met een uitbundig interieur, waarin stijlelementen uit de 18e en eerste helft 19e eeuw verwijzen naar de bewonersgeschiedenis. Samen met de omvangrijke keurtuin en het voormalig koetshuis is dit een historisch Amsterdams stadspaleis. 

In de stijlkamers kunt u ervaren hoe rijke Amsterdammers in de 18de en 19de eeuw woonden. Hoe combineerden zij verschillende interieurstijlen? En hoe werd de inrichting van het huis beïnvloed door hun handelscontacten met andere culturen?  

Stijlkamers

Het stadspaleis bestaat uit het koetshuis, de keurtuin, een ontvangsthal en een viertal stijlkamers op de beletage, ieder met een eigen stijl, kenmerkend voor een specifieke periode. De Rode Kamer is een salon in rijke Rococo stijl uit de periode van Lodewijk XV, die in de 19de eeuw een romantische en veel donkerder overschildering gekregen.

De Blauwe Kamer heeft een Neoklassieke stijl, karakteristiek voor de periode van de Franse koning Lodewijk XVI. De Arcadische wandbehangsels, geschilderd door Egbert van Drielst (1745-1818) in 1788, zijn voorbodes van de Romantiek. De Blauwe Kamer en de Rode Kamer waren (en zijn) vooral bedoeld voor ontvangsten. De rijke decoratie en inrichting geven blijk van fortuin en een gecultiveerde levensstijl, waarmee de bewoners zich wisten te onderscheiden van het gewone volk.

Aan de andere kant van de ontvangsthal ligt de Chinese Kamer. Deze intieme tuinkamer geinspireerd door de vormentaal van het porselein uit China en Japan was één van de privé woonvertrekken. De vierde stijlkamer is een neoklassieke bibliotheek met een plafond in Adam Style en een Romeins ogende vrouwenfiguur door Johannes van Dreght ( 1737-1807) boven de schoorsteenmantel. Dit was een geliefde stijl in patriottische kringen.

Geschiedenis

In de Gouden Eeuw groeide Amsterdam uit tot de belangrijkste handelsstad van de toenmalige westerse wereld en de meest invloedrijke stad van de Republiek. Binnen enkele generaties ontwikkelde zich een elite van regenten. Uit internationale handel en investeringen puisant rijk geworden families vormden tezamen de gemeenteraad. De lucratieve bestuurs- en overheidsfuncties verdeelden zij onder elkaar. De enorme toename van bevolking en bedrijvigheid noopte tot de stadsuitbreiding: de grachtengordel.

De gefortuneerde regenten bouwden hun nieuwe stadspaleizen bij voorkeur aan de Herengracht tussen de Gouden Bocht en de Amstel. Drie en een halve eeuw zou dit het financiële centrum van Nederland blijven. Museum Geelvinck vertelt het verhaal van de Amsterdamse regentenfamilies vanaf het einde van de Gouden Eeuw, wanneer hun macht en rijkdom ongeëvenaard is, tot en met de maatschappelijke structuurbreuk die de Franse Revolutie in de 18e eeuw teweeg brengt. Dan wordt het fundament van de moderne samenleving gelegd.

Bewoners

Vanaf de bouw in 1687 in opdracht van Albert Geelvinck tot de bevrijding van de Franse overheersing in 1813, wordt het huis bewoond door één familiegroep van Amsterdamse regenten met bekende namen als Geelvinck, Hinlopen, Bicker, Trip, Graafland en Van der Poll. In 1813 verkopen de erfgenamen van Albert Geelvinck het stadspaleis aan een telg uit de rijk geworden handelsfamilie Asschenbergh, die er bijna 45 jaar blijft wonen. In 1867 komt het huis met koetshuis in handen van een bankier, die er niet alleen met zijn gezin woont, maar er tevens een kantoor houdt. In 1920 verandert Hagemeijer & Co. de functie van het huis uiteindelijk volledig in kantoorruimte. Het koetshuis is dan verbouwd tot woonhuis. Eind jaren ’90 laat de familie Buisman het stadspaleis restaureren en stelt het open voor het publiek.